Voor 1816
Voor 1816 waren maten en gewichten in Europa nauwelijks geharmoniseerd. Ook in Nederland had elke streek en zelfs elke stad zijn eigen meetstandaarden. Behalve de bekende ‘voet’ en ‘ton’, die in de verscheidene delen van het land een verschillende grootte hadden, hadden sommige eenheden vreemde namen als ‘lood’, ‘schepel’, ‘mutsje’, ‘streep’, ‘mengel’ en ‘wigtje’.
Metrieke stelsel
In 1816 werd het metrieke stelsel bij wet verplicht gesteld. Stedelijke ijkers (ieder met een eigen ijkmerk) werden belast met het toezicht hierop. Zo’n 60 jaar later werd deze taak overgenomen door landelijke inspecteurs.
IJkwet 1937
Het ijkerswerk werd vastgelegd in de IJkwet, die voornamelijk diende als waarborg voor een eerlijk handelsverkeer. Na diverse tussentijdse verbeteringen ontstond de IJkwet 1937, waarbij de dienst van het IJkwezen als onderdeel van het ministerie van Economische Zaken de taak kreeg deze wet uit te voeren.
Breder terrein
Het vakgebied metrologie is evenwel veel groter dan het terrein dat de IJkwet bestrijkt. Enerzijds uit de behoefte van de overheid om uitsluitend die taken te verrichten die overheidstaken zijn, anderzijds uit de behoefte om de aanwezige kennis bij de dienst van het IJkwezen op een betere wijze aan het bedrijfsleven aan te bieden, ontstond in de tachtiger jaren de privatiseringsgedachte. De geboorte van Nederlands Meetinstituut was op 1 mei 1989 een feit.
Weet wat je meet
Een aardig boekje over metrologie door de jaren heen met de titel "Weet wat je meet, vertellingen over maten en gewichten" is geschreven door Dr. R. Muijlwijk uitgegeven door Aramith (ISBN 90 6834 1634).
