Interview met Jan Konijnenburg

Razendsnelle technologische ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat het belang van software in meetinstrumenten en –systemen de laatste jaren enorm is toegenomen. ‘’Waar vroeger 80% van de eigenschappen van instrumenten door de hardware werd bepaald, wordt vandaag 80% bepaald door de software. Het belang van kennisontwikkeling op het gebied van software is gestegen, omdat veel instrumenten juist op software worden afgekeurd’’, aldus Jan Konijnenburg.

De WELMEC-guide 7.2 vormt de basis voor software-eisen en is de handleiding voor software opbouw, controle en legislatie voor diverse soorten meetinstrumenten- en systemen. Jan Konijnenburg, al bijna tien jaar actief bij NMi als typekeurder in diverse segmenten, is een van de leden van de WELMEC 7 groep. Dankzij zijn actieve betrokkenheid binnen deze internationale werkgroep bevindt hij zich in een middelende positie tussen fabrikant en regelgever. Omdat Jan ook als approval engineer in de weegmarkt actief is, heeft hij veel te maken met software en beschikt daarom over veel praktijkervaring op dit gebied.

Vanuit zijn expertise en ervaring is Jan de aangewezen persoon om voor NMi de training ‘MID’s software eisen’ te verzorgen, die meerdere keren per jaar, zowel online als op locatie, wordt gegeven. Deze training is bedoeld voor ontwikkelaars van meetinstrumenten maar ook voor eindgebruikers en notified bodies. In dit interview vertelt hij over het belang van deze training en zijn ervaringen met WELMEC 7.2.

Waarom wordt Welmec 7.2 gebruikt in Europa?

‘’Veel meetinstrumenten voor handelsdoeleinden vallen onder de MID. Dit  is de Europese directive voor meetinstrumenten, en bevat de essentiële eisen waaraan deze instrumenten moeten voldoen. Om te voldoen aan de eisen van de MID wordt er verwezen naar de harmonised standards (EN/IEC normen) of normative documents zoals de OIML aanbevelingen. Daarnaast ontwikkelt WELMEC guides om deze normen te ondersteunen en richtlijnen voor Notified Bodies te geven. Welmec bestaat uit verschillende werkgroepen, die de desbetreffende guides ontwikkelen en schrijven. De WELMEC werkgroepen bestaan uit vertegenwoordigers van de Europese lidstaten en fabrikantenvertegenwoordigers.

De MID heeft zeer beperkte eisen wat betreft software: de software en de meetdata moeten voldoende beveiligd zijn. Maar wat is ‘beveiligd’ nu eigenlijk? Voor een technische eis wat betreft de hardware en de functionaliteit van bijvoorbeeld een weegwerktuig, een kWh meter of een vloeistofmeetinstallatie, zijn er normen zoals de OIML aanbevelingen of  IEC en EN normen. Daarin staat duidelijk beschreven waar het instrument aan moet voldoen. Voor software zijn deze normen er echter nog niet. Daarom heeft WELMEC besloten zelf een guide te schrijven om invulling te geven aan eisen die aan software gesteld worden: de WELMEC-guide 7.2

‘’NMi is begonnen met het geven van trainingen op het gebied van software, omdat wij hebben geanalyseerd dat veel instrumenten worden afgekeurd op software. Dit komt doordat bij veel fabrikanten onduidelijkheid bestaat over de eisen in WELMEC 7.2 guide. Als fabrikanten en ontwikkelaars aan WELMEC 7.2 voldoen, volgen zij de richtlijn en worden hun meetinstrumenten- en systemen binnen Europa geaccepteerd. Door deze training te geven wil NMi fabrikanten helpen om zich beter voor te bereiden op de software onderzoeken bij Notified Bodies om daarmee een snellere marktintroductie te bewerkstelligen.’’

Wat is u ervaring als trainer met WELMEC 7.2?

‘’In de markt is veel vraag naar uitleg over software-eisen , maar de uitleg hierover is tot nu toe zeer minimaal geweest. Daarom is dit voor veel mensen heel ontoegankelijk. Door middel van deze training wil ik fabrikanten laten zien wat de bottlenecks zijn en hoe ze WELMEC 7.2 kunnen toepassen. Het is belangrijk dat het duidelijk is waarom deze regels er zijn en wat de achterliggende gedachte achter zo’n eis is. Dit maakt het voor fabrikanten veel toegankelijker en zo kunnen ze in de ontwikkelingsfase al rekening houden met deze eisen. Ik gebruik veel voorbeelden uit de praktijk, wat het voor klanten interactief en interessant maakt. Ik help graag om de rode draad door het document aan te geven. Maar ook voor mijzelf is dit een leermoment omdat wij nu beter weten waarom een fabrikant een bepaalde keuze maakt of design oplevert’’

Tegen welke problemen lopen fabrikanten aan?

‘’Een probleem waar veel klanten tegenaan lopen is bijvoorbeeld het aanbrengen van software separatie. Dit is de scheiding in de software van het metrologisch legaal relevante deel, dus het deel wat beveiligd moet zijn, en het niet legale deel. Als je ervoor zorgt dat het legale deel zo compact mogelijk is, heb je als fabrikant in het niet legale deel meer flexibiliteit. Maar dat moet dan wel vanaf het begin van het ontwerpproces goed in de gaten gehouden worden. Een tweede probleem wat veel voorkomt is, dat veel fabrikanten niet weten wat ‘legaal relevant’ nu precies inhoudt. Legaal relevant is namelijk niet alleen het stukje wat het meetresultaat bepaalt. Alles waar regelgeving over bestaat is legaal relevant. Als er bijvoorbeeld een eis is waarin staat wat er op het display zichtbaar moet zijn, wordt dat legaal relevant. Dit is niet gerelateerd aan de meetwaarde, maar hierop kan het instrument wel afgekeurd worden. Omgekeerd steekt men soms teveel energie in een onderdeel van een instrument terwijl dat niet nodig zou zijn. Als je bijvoorbeeld een tweede display aan een meetinstrument hebt hangen, is dat tweede display meestal niet legaal relevant. Alleen de primaire indicatie wordt getest. In de trainingen help ik fabrikanten te definiëren wat legaal relevant nu precies inhoudt en hoe het legaal relevante deel te beveiligen is.’’

Wat voor rol zal WELMEC 7.2 spelen in de toekomst?

“WELMEC zal een steeds belangrijkere rol spelen in de toekomst. Zo kan ik nu al voorspellen dat binnen een paar jaar WELMEC 7.2 ook van toepassing zal worden voor Non-Automatic Weighing Instruments (NAWI’s die niet onder de MID vallen). Het zou een enorme winst voor fabrikanten opleveren als zij in het allereerste stadium van de productontwikkeling rekening kunnen houden met de geldende eisen voor hun weeginstrument door tijdig advies kunnen inwinnen bij NMi. Ontwikkelingskosten kunnen zo worden verlaagd en het proces van ontwerp naar eindproduct zal sneller verlopen conform de eisen. Tijdens de certificering leidt dit tot minder falen en dus minder hertesten.”