Blog Jeroen Rommerts; 2,5%? Of 2% TU1?

In een partij voorverpakkingen met een e-teken die een Nederlandse verpakker aan Duitsland levert, mogen maximaal 2,5% voorverpakkingen voorkomen met een producthoeveelheid tussen de TU1-grens en TU2-grens. Ondanks dat Duitsland zelf 2% hanteert.

‘Gisteren was ik bij een verpakker die aan een Duitse klant levert en die wilde dat een checkweigher ervoor zorgt dat dit percentage niet meer is dan 2%, terwijl we in Nederland 2,5% hanteren. Waar komt het verschil vandaan en wat is leidend?’

Het gaat om de interpretatie van deze eis in 76/211/EEG, bijlage 1.3 (vrij vertaald): het aantal exemplaren in een partij e-voorverpakkingen met een producthoeveelheid tussen de TU1-grens en TU2-grens moet zo klein zijn, dat die partij door de inspectie-steekproef heen komt.

Toen de regelgeving werd opgesteld, bestonden er geen checkweighers en hanteerden vrijwel alle verpakkers een steekproefsysteem. Dat moet robuust genoeg zijn om niet-conforme partijen te detecteren. De kans op onterechte goedkeuring van een foute partij speelt hierbij een rol. Bij de erkenning van dat e-teken systeem en alles wat erbij komt, werd en wordt dit beoordeeld.

In vrijwel alle landen van Europa is destijds geïnterpreteerd: als het aantal voorverpakkingen met een producthoeveelheid tussen de TU1-grens en de TU2-grens in een partij niet groter is dan 2,5%, dan is de kans op onterechte goedkeur klein genoeg. In sommige landen heeft men 2% genomen.

Het is niet zeker wie gelijk heeft. Wat wel zeker is, is dat één van de bedoelingen van het e-teken was om vrijhandel tussen Lidstaten te regelen in een tijd dat er nog geen vrijhandel was. Door erkenning van de verpakker en inspectie op zijn adres door de Lidstaat waar de verpakker is gevestigd. Hierdoor is inspectie in de Lidstaat van bestemming niet meer nodig.

Daarbovenop hebben juridische uitspraken over vrijhandel in de EU en verdragen geregeld dat wanneer een product legaal in de ene Lidstaat op de markt is, dat product ook in een andere Lidstaat op de markt mag. Uiteraard zijn er uitzonderingen, maar het verschil tussen 2,5% en 2% is daar (nog) niet juridisch tegen getest.

Het bovenstaande sluit prima aan bij eisen over de producthoeveelheid in normen voor voedselveiligheid. Die stellen dat een gecertificeerd bedrijf moet voldoen aan de eisen uit de wet. Met een e-teken erkenning kan de verpakker dat aantonen. Inclusief het percentage van 2,5% dat we in Nederland hanteren en zonder aanvullende eisen. Meer informatie over dit onderwerp? U kunt uiteraard contact met ons opnemen.

 

Jeroen Rommerts

Jeroen Rommerts

Senior Product Manager, Netherlands

Expert in het garanderen van de metrologische kwaliteit van meetinstrumenten in productieprocessen, verificatieprocedures en kwaliteitssystemen. Lid van OIML TC6 (voorverpakkingen), WELMEC WG6 (voorverpakkingen).

@JRommertsNMi Wettelijke kalibratie bestaat niet. #e-teken #nmi https://t.co/Sdf3IEBEsD